Saturday, January 14, 2012
DE GOOIJER, WILLEM CORNELISZ. * BLARICUM 1809 + NAARDEN 1877
Sunday, May 11, 2008
DE GOOIJER-VOS, MIETJE * BLARICUM 1813 + NAARDEN 1899
Willem en Mietje woonde in de 17e eeuwse boerderij Zuid Crailo. (5a & b)
Saturday, June 17, 2006
GOOIJER DE, WILLEM CORNELISZ * BLARICUM 1809, +NAARDEN 1877
______________________________________________________________
TRIESTE JEUGDJAREN
Willem Cornelisz de Gooijer wordt 9-2-1809 gedoopt in de RK Kerk te Blaricum. Zijn vader Cornelis en zijn moeder Jannetje Puyk laten hem in het doopregister inschrijven als 'Willem'.
Willem wordt geboren als inwoner van het 'Koninkrijk Holland'. Als hij een jaar is, wordt hij plotseling tot Fransman gebombardeerd, want Napoleon heeft dan Holland bij Frankrijk ingelijfd. Vanaf zijn vijfde jaar is en blijft Willem Nederlander.
In het dorp Blaricum heerst diepe armoede. In die eerste jaren van de negentiende eeuw merkt men daar nog weinig van de veranderingen die in Holland plaats vinden. Wat nog verder weg gebeurd ligt helemaal buiten het gezichtsveld. Willem zelf is nog te jong om te beseffen wat buiten zijn eigen kringetje gebeurd. Als echter einde 1813 de Franse bezetting van Naarden zich weigert over te geven, vindt er aldaar een langdurige belegering plaats. De gevolgen voor de omgeving blijven niet uit. Ordinaire en gesanctioneerde diefstal (vordering) door de belegeringstroep zijn aan de orde van de dag. Niet alleen Nederlanders doorkruizen het gebied rond Naarden. Ook ongedisciplineerde Kozakken en ander vreemd krijgsvolk maken de streek onveilig. Bovendien doen de Fransen regelmatig uitvallen om voedsel en vee buit te maken. Als jongetje moet Willem dat met eigen ogen hebben gezien en later van zijn ouders hebben gehoord. Op de lange winteravonden vertellen ouderen hun verhalen, die tot het midden van de twintigste eeuw zijn overgeleverd.
Als deze rampjaren achter de rug zijn, slaat het noodlot opnieuw toe. Moeder Jannetje overlijdt 5-4-1818 te Blaricum. Vader Cornelis blijft achter met 7 kinderen tussen de 2 en 13 jaar. Hij hertrouwt niet, dus zal zijn oudste dochter Jaantje van 13 jaar wel de huishouding hebben gedaan. De kinderen moeten al gauw meewerken voor de kost. Willem gaat wel naar school. Het gebouwtje ligt vlak bij de Hervormde kerk.
DE NIEUWE TIJD.
Als opgeschoten jongen werkt Willem op de Eng. Omstreeks 1824 ziet hij daar, tijdens zijn werkzaamheden, allerlei onbekende figuren rondscharrelen. Het zijn landmeters met hun bakens, meetkettingen en instrumenten. Voor het eerst in de Blaricumse geschiedenis worden alle boerderijen met hun erven en de akkers op de Eng precies opgemeten.
De Eng is gescheiden van de weilanden door een koedijk, bestaande uit een wal van opgestapelde plaggen. Op de hooggelegen Eng zijn geen grenssloten, alleen scheistenen markeren ieders grondbezit. Eeuwenlang kwam het voor dat deze stenen stiekem werden verplaatst om akkers te vergroten ten koste van de belendende percelen. De definitieve opmeting zal wel letterlijk en figuurlijk 'veel voeten in de aarde' gehad hebben. Vaak werden de landmeters begeleid door dorpsnotabelen, die als scheidsrechter bij meningsverschillen optraden. Voorafgaande aan de perceel opmeting ten behoeve van het ingevoerde kadaster, hadden de notabelen dit al gedaan bij de vaststelling van de gemeentegrenzen.
HET NEDERLANDSE LEGER
Tijdens het ancien regiem had de Republiek der Zeven Provinciën geen dienstplicht gekend, het Staatse leger bestond vooral uit buitenlandse huurlingen. Napoleon had in Nederland de dienstplicht ingevoerd en deze bleef gehandhaafd nadat Willem I koning der Nederlanden was geworden. Wel probeerde Willem I vrijwilligers te werven in binnen- en buitenland. Die pogingen waren tevergeefs, want er werd slechts een schamel handgeld van f 30.- geboden. Willem's Zwitserse regimenten werden ook te duur en daarom eind 1828 ontslagen.
Ten slotte verlieten in 1830 de Zuid Nederlanders (Belgen) massaal het leger. Bij de bevolking was het leger niet populair. Buiten enkele adellijke families, die traditioneel hoofdofficieren leverden, ging wie betalen kon niet in militaire dienst. Er werd zelfs geknoeid bij de loting en men sloot onderlinge verzekeringen af om een remplaçant te kopen. Die houding had niets te maken met pacifisme, maar was het gevolg van twee eeuwen Staats huurleger. Enkele stadhouders hadden de voorkeur voor hoofdzakelijk Duitse-, maar ook Schotse- en Zwitserse huurlingen. De officieren kwamen voort uit de militaire adel uit Duitsland, Frankrijk en Engeland. Het leger wortelde niet in de samenleving en had begin 19e eeuw een slechte naam. Napoleon had daar met zijn 'Grande Armee' ook aan bijgedragen. Minstens é é n Blaricummer, Lambert Willemsz Vos, kwam om als 'Garde Soldé ’ . Juni 1812 overleed hij in het binnengasthuis te Amsterdam.
De diensttijd voor de Nationale Militie gold van 18 tot 24 jaar. Gedurende die periode mocht niet getrouwd worden. Dit kon aanleiding geven tot ongewenste situaties, hoewel de meeste Blaricummers na die leeftijd trouwden. In verband met de Belgische troebelen duurde de werkelijke dienst langer dan het verplichte jaar in vredestijd. Na het 23e jaar was men nog tien jaar schutterijplichtig, ook hiervoor werd geloot. De schutters waren plaatselijk gebonden en ressorteerden onder een schutterij raad. Het gemeentebestuur droeg uiteindelijk de verantwoording. Bij binnenlandse onlusten konden de schutters worden ingezet. In 1843 gaf de gemeenteraad van Blaricum in totaal f 25.- uit voor de rustende schutterij, mogelijk om moed in te drinken. Niet voor niets zong men over deze mannetjesputters:
"Wat hebben ze een branie, wat hebben ze een lef,
dat komt van de bitter en het plichtsbesef".
KOSTBARE LOTING
Slechts een deel van de dienstplichtige jongens moest werkelijk in de militaire dienst. Allereerst was het percentage afgekeurden zeer hoog. De gezondheidstoestand van de bevolking was vooral omstreeks de eerste helft van de 19e eeuw zeer slecht. In de loop van de jaren bleek bij de keuringen zelfs, dat de jongens gemiddeld steeds kleiner werden. Verder werd geloot wie wel en niet in dienst moest. Iedere mannelijke inwoner van 19 jaar werd eerst door het gemeentebestuur op een zogenaamde 'Alphabetische lijst' gezet. Nadat deze was goedgekeurd door de militiecommissaris, werd met de loting begonnen.
In 1828 namen daaraan deel in Blaricum ... jongemannen geboren in 1809 en ... die enkele jaren ouder waren. De laatsten waren 'ingeschrevenen van vroegere classe', die eerder tijdelijk uitstel gekregen hadden. Deze officiële openbare gebeurtenis werd geleid door de militiecommissaris. Hij nam bedrukte biljetten met cijfers 1 t/m .. en zette daar zijn paraaf op.De loten werden opgerold en in een glazen fles gedaan. In alfabetische volgorde moest de loteling een lot trekken. Het nummer werd met luidde stem afgeroepen. Na de loting werd van de jongelieden de lengte en het signalement opgenomen. Samen met de eventuele redenen van vrijstelling werd dit in het register opgetekend. Reden tot vrijstelling was: Lengte kleiner dan 1,55 m, het hebben van gebreken, enig wettig kind zijn, broederdienst enz. Uiteindelijk werden van de goedgekeurde Blaricummers er twee ingeloot voor de Nationale Militie. Willem Cornelisz de Gooijer was é é n van deze twee. Hij had de pech lotnummer 8 te trekken. Op het certificaat van de Nationale Militie staat echter: "hij heeft voldaan door het in dienst stellen van eenen plaatsvervanger". Mogelijk werd vee of bouwland verkocht om dit te kunnen bekostigen. Het zal een lieve duit gekost hebben, vooral omdat in 1830 de Belgische Opstand plaats vond. Remplaçanten zullen minder enthousiast zijn geweest dan de Leidse studenten die zich spontaan als vrijwilliger gingen aanmelden.
Er is echter nog een belangrijke reden waarom Willem niet wilde gaan vechten tegen de Belgen. De 'Belze Opstand' maakte in Noord Nederland een golf van nationalistische gevoelens los, die bij het protestante volksdeel gepaard ging met antipapisme. Na eeuwen van papenhaat zal Willem en andere Blaricumse boerenjongens er niet voor gevoeld hebben om voor Willem I te gaan schieten op katholieke Belgen. Zij waren niet de enigen. In katholieke gebieden, zoals Twente en het oostelijk rivierengebied, was de stemming niet anders. Daar ontstond onrust onder de bevolking toen schutters en dienstplichtigen in 1830 -1831 werden gerekruteerd voor het Noord-Nederlandse leger. In enkele plaatsen weigerden schutters en miliciens de militaire dienst. Het oproer kwam tot bedaren toen in januari 1831 enkele duizenden militairen een strafexpeditie hielden. Kippen, kalkoenen en varkens werden gevorderd door deze Hollanders. Minder heftig waren de reacties in de kleinere katholieke enclaves. Onwilligheid om dienst te nemen kwam voor in onder andere Hilversum, Laren en Soest.
Als gevolg van de Belgische Opstand werd het Noord-Nederlandse leger samengetrokken in het kamp van Rijen. (tussen Breda en Tilburg) Van hieruit begon in augustus 1831 de 'Tiendaagse Veldtocht'. Eerder waren er al schermutselingen geweest en ook de legering eiste slachtoffers. De Blaricummer Teunis Vos, stukrijder bij de veldartillerie, overleed 27 mei 1831 te Breda. De voormalige schaapherder verruilde zijn grote Stille Heide voor de Eeuwige Jachtvelden. Triest was, dat Teunis als 'enige onwettige zoon' in dienst moest, terwijl iedere 'enige wettige zoon'
vrijstelling kreeg. Verder stierven nog twee Blaricummers, de infanterist Jan Vos in 1838 en Jan Heerschop in 1830. Misschien overleden er in die periode meer Blaricummers in militaire dienst.
'Het Register houdende notulen van de vergaderingen van de municipaliteit, later Raad 1803-1844' geeft geen uitsluitsel. Nergens staat een notitie over de Belgische Opstand. Nergens een vermelding of opmerking over het overlijden van Blaricumse soldaten tijdens deze periode. Wel staan er vreselijk veel artikelen in over belasting op alles en nog wat ... en de boeten ... Dan te bedenken hoe bombastisch men kon reageren toen Van Speyk bij Antwerpen zijn schip opblies met de woorden: "Dan liever de lucht in". Willem had terecht gedacht 'liever blode Jan, dan dode Jan ' , al had het wel veel geld gekost.
STICHTING GEZIN EN BOERDERIJ.
Uit het ondertekenen van enkele akten blijkt, dat Willem lezen en schrijven kon. In 1837 tekent hij twee overlijdensakten als getuige. Een van de akten betreft het overlijden van Barbara de Jong. Barbara is de baby van Hendrik de Jong en Willem's zuster Mietje de Gooijer. Willem woont in 1837 in Blaricum op nummer 85.
Volgens erfgooiers-traditie trouwt Willem vlak voor de schaardag van 12 mei. Erfgooiers doen dat, om direct na het huwelijk hun vee te laten weiden op de Meent. Door in de zomer wat geld te verdienen, kunnen ze een gezin stichten en zo de dure winter doorkomen. Willem treedt op 9-5-1838 in het huwelijk met Mietje Vos. Zij kan niet schrijven, blijkt uit de huwelijksakte. Willem en zijn vader Cornelis ondertekenen wel.
Het jonge echtpaar blijft voorlopig wonen op nummer 85. In 1841 staat dit huisnummer nog in een overlijdensakte. Als vader Cornelis in 1846 overlijdt, tekent Willem niet als getuige, maar wel zijn broer Klaas. Hendrik Vos, de vader van Mietje, overlijdt in 1850. Willem tekent de overlijdensakte en geeft als zijn adres nr. 123 op. Vreemd is echter dat hij volgens de burgerlijke stand in 1851 op nummer 85 is gevestigd. In mei van dat jaar staat zijn verhuizing naar de gemeente Huizen vermeld. Willem en zijn gezin, bestaande uit Mietje en zes jonge kinderen trekken weg uit Blaricum. Deze kinderen zijn:
Cornelis * 26-08-1839, Gijsbertje * 27-10-1840, Jannetje * 25-05-1842, Hendrik * 25-04-1844, Jacob * 26-05-1847 en Lambert *14-09-1849.
Op 29 december 1847 ontvangt Willem, net als zijn zus en broers, een gedeelte van de erfenis waarop zijn moeder recht had. Uit het nalatenschap van de familie Puijk ontvangt hij drie percelen in de Eng. Ze bestaan uit een stuk bouwland in Den Daal, kadastraal A 460, groot 9760 ca en twee stukken bos, kadastraal A 428 en A 429, groot 5390 ca.
PACHTER OP ZUID-CRAILO.
Drie mei 1851 wordt Willem pachter op de pachtboerderij, de hofstede Crailo. Dit landgoed bezat schaarrecht. In de eerste erfgooierslijst van 1708 staat: "Het Huys genaamt Cralo". Het was eigendom van de familie Renselaar, die een grote rol heeft gespeeld bij de stichting van 'Nieuw Amsterdam'. (het huidige New York)
Willem wordt aangesteld door mr. Hendrik Constantijn Hooft Graafland. Een erfgooier met schaarrecht en het schaarrecht op de Hofstede gaf dubbel profijt. Bovendien werden aan een pachter hogere eisen van vakbekwaamheid gesteld dan een gemiddelde keuterboer bezat. Na het overlijden van de landheer in 1852, verkopen zijn erven Zuid Crailo in 1852/1853.
De nieuwe eigenaar is Lambertus Langerhuizen (1799 - 1864) commissionair in effecten te Amsterdam. Pachter Willem de Gooijer wordt overgenomen door de nieuwe pachtheer.
L. Langerhuizen heeft het nu nog bestaande landhuis laten bouwen. Het is diagonaalsgewijs in de tuin gesitueerd. Bij de bouw in 1859 was Willem daar geen pachter meer. De uit de zeventiende eeuw daterende hofstede lag evenwijdig aan de Museumlaan en is in 1890 gesloopt. Op deze hofstede worden de volgende kinderen geboren:
Pieter * 13-09-1851, Jan * 07-09-1852 en Gerrit * 24-10-1854. In de akte van de Burgerlijke Stand van Huizen staat bij de aangifte van Jan vermeld: "Hofstede Zuid Crailo". Jan is dezelfde dag in Blaricum gedoopt en bij die inschrijving staat: "op Kralo, Huizen".
EEN LASTIGE PACHTHEER.
De landheer Lambertus Langerhuizen leeft in de familie-overlevering voort als een uitbuiter en lijder aan een geslachtsziekte. Hij moet het wel bont gemaakt hebben om zo'n reputatie op te bouwen bij mensen, die gewend waren veel te slikken en rechtsongelijkheid (onrechtvaardigheid) gelaten ondergingen. Waarschijnlijk heeft zijn slopende ziekte zijn karakter ongunstig beïnvloed. Zoals zoveel 'hooggeplaatste heren' uit zijn tijd leed hij aan een geslachtziekte. Genezing was toen zelfs met geld niet te koop.
Langerhuizen komt geregeld op bezoek bij de pachtboerderij en bekijkt alles met argusogen, tot het vee en de pachter toe. Is er wat vooruitgang te bespeuren dan kunnen zijn baten wat hoger zijn. Om te voorkomen dat de lasten te hoog worden, wendt vader Willem met boerenslimheid zoveel mogelijk armoe voor. Bij de komst van de 'Heer' staat dan ook een waterig soepje te pruttelen op het vuur. Willem trekt sokken aan waarvan de stoppen boven zijn klompen uitkomen. De pachtheer, die zijn pappenheimers wel kent, vraagt schamper of hij zijn zondagse sokken heeft aangetrokken.
EEN EIGEN BOERENBEDRIJF.
Ondertussen heeft Willem genoeg van het werk op de pachtboerderij. Hij wil voor zichzelf een boerderij opzetten. Bij de gierige pachtheer heeft hij niet voldoende kunnen sparen om een veestapel te kunnen kopen. Op 8 april 1857 verkoopt hij daarom een stuk bouwland van 9760 ca. voor f 825 en een stuk houtland van 5390 ca voor f 135. Beide percelen lagen in Blaricum.
______________________________________________________________
NOTARIS JACOBUS PHILIPPUS DE ROEPER
NNN 42 NR. 70 1857 VERKOPING VAST GOED
Heden, den Eersten April des jaars Achttienhonderd zeven en vijftig, des namiddags, ten zes ure, heb ik Jacobus Philippus de Roeper , notaris in het Arissement Amsterdam, provincie Noord Holland ter standsplaats Naarden, geassisteerd met den Heer Jean Baudier Schriek Thierens, gemeenteontvanger en wonende te Naarden en Gerrit Alveer werkman, wonende te Blaricum als getuigen, mij notaris bekend, ter requisitie van Willem Corneliszoon de Gooijer, bouwman wonende onder Huizen, mij notaris bekend; - mij begeven te Blaricum ten huize van Antonie Duurkant in nummero een, ten einde als over te gaan tot openbare veiling en verkoping van de na te melden percelen onroerend goed, en zulks op den volgende conditien en voorwaarden ----
Ten eerste: Dat den na te melden percelen zullen worden verkocht aan de hoogstbiedenden ofwel hoogst of hoog genoeg mijnende, zoodanig en in dien staat als deselven zich thans
bevinden, voetstoots, zonder eenig gehoudenheiden onder of overmaat en niet alle zulke belendenen, strekkingen heerschende en lijdende servituten vrijen en onvrijheden, als derzelven zijn hebbende ----------
Ten tweede: Dat de grond en alle andere lasten, geene hoe ook
genaamd uitgezonderd vanaf den eersten Januari, ten laste en
voorrekening van den koopers zijn ingegaan, die dezelve percelen dadelijk
na betaling der kooppenningen zoals kunnen aanvaarden, uitgezonderd het bouwland dat aanvaard kan worden als de boekweit dit jaar van het veld ----
Ten derde: Dat alle wettige kosten van dezen verkoopen aankleven
vandien, door de koopers geheel en alleen zullen moeten worden gedragen en betaald. ---
Ten vierde: Dat de koopers daags na de verkoop, ten kantore
van genoemde notaris zullen moeten fourneren, elf procent van
het montant der kooppenningen, ter ge rekening der wettige
kosten van dezen verkoop en aankleven van dien, terwijl het
geheel bedrag der kooppenningen en onkosten, onder verrekening
echter der voormelde elf procent zal moeten worden voldaan op
den eersten Mei aanstaande, des middags ten twaalf ure, ten
kantore van mij notaris te Naarden, alles in contant nederlandsch
grofzilver geld, naar den koers en de waarde van heden
en geenzints in eenig papieren geldswaarde hebbende, zullen
het den kooper vrijstaan de kooppenningen te voldoen ---------
Ten vijfde: Dat de koopers zoolang de kooppenningen en al het
overige als voor met door hem verschuldigd niet zijn voldaan, niet zullen
mogen vragen of afschrift of uittreksel van dit proces verbaal van veiling
of toewijzing alzoo geene levering dan na de voldoening der kooppenningen
zal plaats hebben en die betaling geene overschrijving zal worden geefectueerd. ----
Te zesde: Dat de koopers verpligt zullen zijn, om des gevorderd wordende
dadelijk bij den slag bestellen, twee bekende en gegoede borgen, die zich
zoo tezamen als ieder afzonderlijk en voor het geheel onder voorbedachte
afstand van het voorregt aanwinning en schuldsplitsing stellen tot borgen
voor de koopers ten behoeve des verkooper en zulks voor de rigtige en
prompte voldoening der kooppenningen, onkosten, mitsgaders
stipte nakoming dezer conditien, zullen de koopers en borgen
gehouden worden zich ten deze te hebben verbonden als volgens
de wet en met en benevens den verkooper ten deze domicilie te
hebben gekozen tot Blaricum ter regthuize in nummero een. -----
Ten zevende: Dat indien een of ander bieder of mijner in
gebreke mogt blijven, des gevr derd wordende dadelijk bij
den slag twee bekende en gegoede borgen ten genoege van de
requirant te bestellen, zal het perceel dadelijk ter verkoopplaats voormeld,
terwijl het publiek en de gegadigden nog aanwezig zijn, zonder vooraf
eenige sommatie of regtma delen tot verzuimstelling te doen voorafgaan,
worden herveild en verkocht, terwijl alsdan bij mindere opbrengst de
gebrekige bieder of mijner tot dadelijk bijpassen zal gehouden zijn,
zonder van de hoogere opbrengst te kunnen of te mogen vordere. ----
Ten achtste: Die het hoogste bod gedaan heeft zal, nadat hij
zijn naam, beroep en woonplaats heeft opgegeven, de uit te
belovene plokpenning, welke niet behoeft te worden gerestitueerd,
kunnen ontvangen. -------
Ten negende: Alle erreuren of misslagen, welke in het veilen,
bieden of mijnen mogten worden begaan, zullen door den notaris
worden beslist en bij aldien zulks niet mogt kunnen geschieden, zal
zoodanig perceel waar omtrent verschil ontstaat andermaal worden
geveild en afgeslagen. ---
Omschrijving der Percelen en derzelver Opkomst
Numero een: Een stuk bouwland gelegen in den Daal onder Blaricum,
belend aan beide zijden de weduwe Lambert Corneliszoon Majoor, groot
zeven en negentig roeden zestig ellen, kadastraal bekend onder sectie A
Numero vierhonderd zestig. ----------
Numero twee: Een stuk houtland, gelegen aan de Heetweg onder
Blaricum belendende de erven Willem Evers ten zuiden en Gerrit
Klaaszoon Rigter ten westen, groot drie en vijftig roeden
negentig ellen, kadastraal bekend onder Sectie a Numero vierhonderd
acht en twintig en vierhonderd negen en twintig. --------
Welke percelen de requirant verklaart hem in vollen en vrijen
eigendom toe te behoren en aan hem zijn opgekomen bij de
laatste titel van eigendom en overschrijving te bestaan in:
Eene acte van Scheiding dato negen en twintig December achttienhonderd
zeven en veertig, ten overstaan van de notaris
Cornelis Petrus de roeper en getuigen gepasseerd, te Weesp
geregistreerd en ten hypotheekkantore te Amsterdam, den een en
twintigste Februarij daaraanvolgende in deel twee honderd en
veertig nummer vijf en veertig overgeschreven. ---
En verzocht de requirant mij notaris overstaande conditien en
al het overige in het openbaar en overluid aan de gegadigden
voor te lezen en daarna tot de veiling over te gaan. ---
En heeft de requirant, de getuigen en mij notaris alhier
onmiddellijk nagedane voorlezing van al het overstaande
geteekend . --
Willem C de Gooijer, J.B. Schriek Thierens, G. van Altveer,
J. P. de Roeper , notaris.
Ter voldoening aan welk verzoeken al het vorenstaande aan de
gegadigden voorgelezen zijnde, dadelijk is overgegaan tot de
openbare veiling en verkooping van het perceel hier voren onder
Numero Een ampel (beschreven) Verkocht en door den verkooper
finaal in koop toegewezen aan, mitsgaders in koop geaccepteerd
door Jacob Jacobszoon de Jong, veehouder, wonende te Blaricum,
ten deze verschenen omme en voor de som van Acht honderd vijf
en twintig gulden f 825.-. Wegens welke koopsom van Acht
honderd vijf en twintig gulden, de verkooper verklaart door
den kooper te zijn gekweten en den zelve dien volgens finaal
te quiteren. ---------
En heeft de kooper alhier onmiddellijk na gedane voorlezing
van het voorenstaande geteekend. ----------
Jacob de Jong
Het perceel hiervoren onder Numero Twee ampel beschreven.
Verkocht en door den verkooper finaal in koop toegewezen aan,
mitsgaders in koop geaccepteerd door Harmen Corneliszoon
Puijk, veehouder te Blaricum, ten deze verschenen, omme en
voor de som van Eenhonderd vijfendertig gulden ---- f 135.-
Wegens welke koopsom van Eenhonderd vijfendertig gulden, de
verkooper verklaart door den kooper te zijn gekweten of denzelve
dienvolgens finaal te quiteren. -----
En heeft de kooper alhier onmiddellijk nagedane voorlezing van
het vorenstaande geteekend. ________
H. Puyk
Consenterende de verkooper in de uitgifte van afschrift dezer
acte, ter overschrijving ten hypotheekkantore te Amsterdam,
ter fine van levering van gemelde percelen zijnde de verkooper, de
koopers in deze acte genoemd, mij notaris bekend. Aldus voorschreven
plaats en ten tijde voormeld, in tegenwoordigheid van den heer
Jaen Bouduin Schriek Thierens, Gemeenteontvanger van en wonende
te Naarden en Gerrit van Altveer, werkman, wonende te
Blaricum als getuigen, beiden mij notaris bekend, zijnde deze
veiling en verdeling. des avonds ten zeven ure geëindigd en
dit proces verbaal onmiddellijk nagedane voorlezing door den
requirant verkooper en de getuigen en mij notaris onderteekend
______________
Willem C de Gooijer, J.B. Schriek Thierens, Gerrit van Altveer, J.P. de Roeper
Geregistreerd te Weesp den Achtsten April 1800 zeven en vijftig recto
Nr. 1 f 825.- " f 33,20
Nr. 2 f 135.- " f 5,60
__________
f 38,80
f 14,74
f 53,54
______________________________________________________________
Willem vertrekt met zijn hele gezin naar Naarden. Dertig april 1857 wordt hij
ingeschreven op het adres Bussummerstraat 158. Hij is dus de volle pachttijd
van 6 jaar, van 03-05-1851 tot 30-04-1857, op de hofstede Zuid-Crailo geweest.
Lambertus Langerhuizen kerkt in die jaren in de Grote Kerk te Naarden.
Hij rijdt daarheen in een koets met palfrenier. Als hij Willem daar treft,
vraagt hij hem om terug te gaan naar zijn landgoed. (Een pachter met schaarrecht
was mooi meegenomen) Willem antwoordt: "Ik mag de konijnen voeren, die U opeet".
Hij doelde op de overlast, die het jachtrecht de landbouwers berokkende. Zijn oogst
werd door het wild opgegeten, terwijl de boer zelf niet mocht jagen in zijn te velde staande gewas.
Willem huurt de boerderij van Paulus Dankelschijn. Het zijn de kadasternummers
G 242 en G 243, respectievelijk een huis en stal, groot 155 ca en een stal van 26 ca.
Mogelijk huurde Willem ook perceel G 217, de achterliggende moestuin van 420
ca. Deze tuin liep door tot aan de St. Vitusstraat.
______________________________________________________________
NAARDEN, BEVOLKINGSREGISTER 1850 - 1862
STRAAT : Bussummerstraat 158
Als verzuim van tijd om te worden aangegeven wordt als nu
ingevolge Normaal Blad No. 108 van 1850 gebragt op heden
28 Maart 1854.
Volgnr. Naam voornaam geb.jaar/plaats geb. geh.
07. Gooijer de, Willem.. 1809.09.02.. Blaricum.. H.. RK
08. Vos , Mietje.. 1813.10.24.. Blaricum .. H.. RK *
09. Gooijer de, Cornelis.. 1839.03.26.. Blaricum.. O.. RK **
10. Gooijer de, Gijsbertje.. 1840.10.27.. Blaricum.. O.. RK **
11. Gooijer de, Jannetje.. 1842.05.25.. Blaricum.. O.. RK **
12. Gooijer de, Hendrik.. 1844.04.25.. Blaricum..O.. RK *
13. Gooijer de, Jacob.. 1847.05.26.. Blaricum.. O.. RK *
14. Gooijer de, Lambert.. 1849.09.14.. Blaricum.. O.. RK *
15. Gooijer de, Pieter.. 1851.09.13.. Huizen.. O.. RK *
16. Gooijer de, Jan.. 1852.09.07.. Huizen.. O.. RK *
17. Gooijer de, Gerrit.. 1854.10.24.. Huizen.. O.. RK *
18. Gooijer de, Aaltje.. 1857.11.27.. Naarden.. O.. RK *
Aanvulling:
07: BEROEP: Aardwerker. VESTIGING : 30 April 1857
09: Verhuist 28 dec. van Naarden naar Weesperkarspel
10: 0verleden 17 aug. 1858
* BEROEP: Zonder
** BEROEP: Schoollleerling
_________________________________________________________
DE VESTING NAARDEN.
Naarden bestaat bij de komst van Willem alleen nog uit het vestingstadje. Het stille plaatsje wordt beheerst door de vestingwerken, de kazernes en het garnizoen. Het is zelfs lange tijd militair detentie-oord. (strafkamp) Voor sommige Naarders, vooral de opgeschoten jeugd, biedt dit iedere zaterdag een verzetje. Zij verzamelen zich op de kade van de Nieuwe Haven tegenover het Bastion Oud Molen. Vanuit zijn woning aan de Wuyvert begeeft de sergeant-majoor, met de bijnaam 'de beul', zich naar Oud Molen. Gedetineerde soldaten, die zich de afgelopen week misdragen hebben, worden aldaar door hem bestraft. Wat er gebeurt is niet zichtbaar, maar wel hoorbaar. De verzamelde meute luistert naar de kreten van de soldaten die met de karwats worden afgetuigd.
Er zijn in die tijd minder kazernes dan later. Een groot deel van de bevolking werkt bij de zanderijen en op de boomkwekerijen rondom de vesting. In het binnenstadje zijn veel boerderijen, minstens 20. Bij een belegering komt het vee en de voedselvoorraad goed
van pas. In 1813/1814 had het ingesloten Franse legeronderdeel daarom de bezetting
van de vesting zo lang kunnen volhouden.
De straten van het stadje zijn alle nog voorzien van 'kinderhoofdjes', zoals nu nog in de Gansoord- en Kloosterstraat. In iedere straat staan enkele openbare waterpompen. De boerderijen hebben ze zelf op hun erven of in de schuren. De huizen zijn merendeel
voorzien van secreets. (een net woord voor 'poepdozen') De lozing geschiedt in beerputten, meestal cilindervormige stapelputten bestaande uit losse stenen. Het geheel afgedekt met een stenen of houten deksel. Het vocht wordt tussen de stenen door afgegeven aan de omringende zandgrond en de vaste substantie blijft achter. Hierdoor ontstaat vermenging van rioolwater met het grondwater, met als gevolg vervuild pompwater. De beerputten worden op gezette tijden geleegd. Dit gebeurd veelal door boeren en tuinders, die deze goedkope 'mest' voor hun groentetuinen gebruiken. Daar veel huizen geen achterom hebben, worden de fecaliën emmertje voor emmertje door de gangnaar de kar op straat gesleept. Volgens de voorschriften moet dit alleen s' avonds gebeuren.
In het jaar 1870 wordt Naarden opgeschrikt door grote werkzaamheden aan de vestingwerken. De vesting wordt gemoderniseerd en aangepast aan de eisen van de tijd. Een en ander is een gevolg van de spanning tussen Frankrijk en Duitsland en de daarop volgende Frans-Duitse oorlog. Het geeft een drukte in en om Naarden. Al dat vreemde werkvolk ! Vooral veel ruige 'polderjongens', want alles gaat met 'het handje'. De vele kroegen hebben het druk. De Utrechtse Poort uit de 17e eeuw wordt afgebroken en vervangen door de nog bestaande. De vele porternes op de wallen worden gebouwd, evenals de Oranje-, Oud Molen- en de Promerskazerne. Het garnizoen wordt uitgebreid.
Onder garantie van de regering worden huizenblokken gebouwd, de zogenaamde 'onderofficierswoningen'. Aannemer P. van Wettum, de latere burgemeester, ziet er wel iets in en bouwt verschillende rijtjeswoningen, in o.a. de Pijlstraat en de St. Annastraat. Reeds eerder worden in de Gansoordstraat de z.g. 'Jodenhuizen' gebouwd op het terrein achter de synagoge.
HET GEZINSLEVEN.
De boerderij van Willem bestaat de schuur Bussummerstraat 159
en het woonhuis annex stal nr. 158. Op dit adres wordt de
jongste dochter Aaltje op 27 november 1857 geboren. Na deze
blijde gebeurtenis volgt een droeve. De 17e augustus 1858
overlijdt de bijna 18-jarige dochter Gijsbertje.
Willem is een gelovig katholiek. s'Avonds voor het naar bed
gaan, knielt hij en de gezinsleden achter een stoel om te
bidden. Als het avondbezoek te lang blijft plakken, dan pakt
Willem de rozenkrans van de kamerwand en zegt: "We gaan de
rozenkrans bidden". Het bezoek weet dan hoe laat het is en
vertrekt.
Willem is door zijn nare ervaringen niet erg oranjegezind. In
zijn tijd ontstaat bij vele protestanten, met steun van koning
Willem III, een nieuwe golf van antipapisme. Een gevolg van
het in 1853 opnieuw instellen van de R.K. Bisdommen, voor het
eerst na de 80-jarige oorlog. Omstreeks 1865, op een 'oranje'
feestdag, wordt in Naarden druk gevlagd. Onder de Naarders
zijn fanatieke oranjeklanten. Enkele personen die geen vlag
uitsteken, sleuren ze uit hun huizen om ze af te ranselen.
Willem steekt als dreigement zijn mes in de tafel en zegt:
"Als een geus mij aanraakt, dan krijgt hij hiermee te doen".
Uit angst of om andere redenen, sluipt zoon Jan naar buiten en
schildert op de luiken: 'ORANJE BOVEN'.
[Wat waar is van de overlevering is niet meer te achterhalen.
Zeker is, dat Jan, zijn broers en hun kinderen, allen altijd
vurige oranjeklanten zijn geweest.]
De oudste zoon Cornelis vervult normaal zijn dienstplicht. Het
systeem van plaatsvervangers kopen bestaat nog, maar Cornelis
heeft geen bezwaar of een remplaçant is te duur. De kijk op
het leger is gunstiger geworden, in het garnizoensplaatsje
hebben zelfs onderofficieren een bepaalde status.
Willem overlijdt in 1877 op 68-jarige leeftijd. Zijn jongste
dochter Aaltje is dan 20 jaar. Mietje de Gooijer-Vos zal haar
man lang overleven, zij overlijdt in 1899 op 86-jarige leeftijd. Haar
oudste kleinkinderen hebben haar nog gekend. De
kinderen van haar zoon Jan, Marie en Herman, noemden haar
'Grootje Bussummerstraat'. Herman herinnerde zich later nog,
dat hij met Marie naar grootje toeging met Sinterklaas. Ze
liepen er heen door de sneeuw en meenden de voetstappen van
Sinterklaas in de sneeuw te zien. Mogelijk spelde grootje hun
dat op de mouw.
Tot aan haar trouwen met Lambertus Krijnen in 1881, was dochter
Aaltje degene die de huishouding deed. Naast haar moeder
was ook haar broer Pieter nog thuis. In 1880 werden de percelen
G 242 en G 243 samengevoegd tot G 1036. Het huisnummer
158 werd omstreeks 1883 gewijzigd in nummer 180.
Na het overlijden van grootmoeder Mietje komt haar kleindochter
Marie de Gooijer de huishouding doen voor de 38-jarige
vrijgezel Pieter. Marie is geboren in 1875 als dochter van
Willem's zoon Cornelis. Lang heeft zij niet voor Pieter gezorgd,
hij trouwt in 1900 met Cornelia oftewel Kee de Zwart
uit Blaricum. Beiden krijgen in 1903 een dochter Maria Cornelia,
die als baby van vier maanden overlijdt.
Pieter was blijven wonen in zijn ouderlijk huis, dat tussen
1900 en 1905 het nummer 204 kreeg. In 1902 koopt Pieter de
boerderij en de achterliggende moestuin van Helena Dankelscheijn.
Mogelijk deed Kee ook een duit in het zakje, want zij
bezat in Blaricum bouwland. In 1903 vergroot hij de boerderij
met een aanbouw in de moestuin. Pieter sterft 10 april 1905 en
laat de boerderij en inboedel na aan zijn weduwe. Zij treurt
niet lang en hertrouwt 12 juni 1906 met Louis Julius Lambert
Schouten. Volgens het adresboek uit 1915 woont veehouder
Schouten op nummer 219. Na 1945 is dit pand afgebroken. Het
bevond zich ter plaatse van de rijtjeshuizen met o.a. nr. 42.
Kee de Zwart heeft nog in een van deze huizen gewoond, zij is
na 1945 overleden.
________________________________
GOYL809B.WCY
F.J.J. de Gooijer. 10.12.1998
Afbeeldingen:
Koninkrijk Holland http://www.wazamar.org/Nederlanden/kon-holl.htm
-------------------------------------------------------------------
F.J.J. de Gooijer
gooijerfjj@hotmail.com
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl/
TRIESTE JEUGDJAREN
Willem Cornelisz de Gooijer wordt 9-2-1809 gedoopt in de RK Kerk te Blaricum. Zijn vader Cornelis en zijn moeder Jannetje Puyk laten hem in het doopregister inschrijven als 'Willem'.
Willem wordt geboren als inwoner van het 'Koninkrijk Holland'. Als hij een jaar is, wordt hij plotseling tot Fransman gebombardeerd, want Napoleon heeft dan Holland bij Frankrijk ingelijfd. Vanaf zijn vijfde jaar is en blijft Willem Nederlander.
In het dorp Blaricum heerst diepe armoede. In die eerste jaren van de negentiende eeuw merkt men daar nog weinig van de veranderingen die in Holland plaats vinden. Wat nog verder weg gebeurd ligt helemaal buiten het gezichtsveld. Willem zelf is nog te jong om te beseffen wat buiten zijn eigen kringetje gebeurd. Als echter einde 1813 de Franse bezetting van Naarden zich weigert over te geven, vindt er aldaar een langdurige belegering plaats. De gevolgen voor de omgeving blijven niet uit. Ordinaire en gesanctioneerde diefstal (vordering) door de belegeringstroep zijn aan de orde van de dag. Niet alleen Nederlanders doorkruizen het gebied rond Naarden. Ook ongedisciplineerde Kozakken en ander vreemd krijgsvolk maken de streek onveilig. Bovendien doen de Fransen regelmatig uitvallen om voedsel en vee buit te maken. Als jongetje moet Willem dat met eigen ogen hebben gezien en later van zijn ouders hebben gehoord. Op de lange winteravonden vertellen ouderen hun verhalen, die tot het midden van de twintigste eeuw zijn overgeleverd.
Als deze rampjaren achter de rug zijn, slaat het noodlot opnieuw toe. Moeder Jannetje overlijdt 5-4-1818 te Blaricum. Vader Cornelis blijft achter met 7 kinderen tussen de 2 en 13 jaar. Hij hertrouwt niet, dus zal zijn oudste dochter Jaantje van 13 jaar wel de huishouding hebben gedaan. De kinderen moeten al gauw meewerken voor de kost. Willem gaat wel naar school. Het gebouwtje ligt vlak bij de Hervormde kerk.
DE NIEUWE TIJD.
Als opgeschoten jongen werkt Willem op de Eng. Omstreeks 1824 ziet hij daar, tijdens zijn werkzaamheden, allerlei onbekende figuren rondscharrelen. Het zijn landmeters met hun bakens, meetkettingen en instrumenten. Voor het eerst in de Blaricumse geschiedenis worden alle boerderijen met hun erven en de akkers op de Eng precies opgemeten.
De Eng is gescheiden van de weilanden door een koedijk, bestaande uit een wal van opgestapelde plaggen. Op de hooggelegen Eng zijn geen grenssloten, alleen scheistenen markeren ieders grondbezit. Eeuwenlang kwam het voor dat deze stenen stiekem werden verplaatst om akkers te vergroten ten koste van de belendende percelen. De definitieve opmeting zal wel letterlijk en figuurlijk 'veel voeten in de aarde' gehad hebben. Vaak werden de landmeters begeleid door dorpsnotabelen, die als scheidsrechter bij meningsverschillen optraden. Voorafgaande aan de perceel opmeting ten behoeve van het ingevoerde kadaster, hadden de notabelen dit al gedaan bij de vaststelling van de gemeentegrenzen.
HET NEDERLANDSE LEGER
Tijdens het ancien regiem had de Republiek der Zeven Provinciën geen dienstplicht gekend, het Staatse leger bestond vooral uit buitenlandse huurlingen. Napoleon had in Nederland de dienstplicht ingevoerd en deze bleef gehandhaafd nadat Willem I koning der Nederlanden was geworden. Wel probeerde Willem I vrijwilligers te werven in binnen- en buitenland. Die pogingen waren tevergeefs, want er werd slechts een schamel handgeld van f 30.- geboden. Willem's Zwitserse regimenten werden ook te duur en daarom eind 1828 ontslagen.
Ten slotte verlieten in 1830 de Zuid Nederlanders (Belgen) massaal het leger. Bij de bevolking was het leger niet populair. Buiten enkele adellijke families, die traditioneel hoofdofficieren leverden, ging wie betalen kon niet in militaire dienst. Er werd zelfs geknoeid bij de loting en men sloot onderlinge verzekeringen af om een remplaçant te kopen. Die houding had niets te maken met pacifisme, maar was het gevolg van twee eeuwen Staats huurleger. Enkele stadhouders hadden de voorkeur voor hoofdzakelijk Duitse-, maar ook Schotse- en Zwitserse huurlingen. De officieren kwamen voort uit de militaire adel uit Duitsland, Frankrijk en Engeland. Het leger wortelde niet in de samenleving en had begin 19e eeuw een slechte naam. Napoleon had daar met zijn 'Grande Armee' ook aan bijgedragen. Minstens é é n Blaricummer, Lambert Willemsz Vos, kwam om als 'Garde Soldé ’ . Juni 1812 overleed hij in het binnengasthuis te Amsterdam.
De diensttijd voor de Nationale Militie gold van 18 tot 24 jaar. Gedurende die periode mocht niet getrouwd worden. Dit kon aanleiding geven tot ongewenste situaties, hoewel de meeste Blaricummers na die leeftijd trouwden. In verband met de Belgische troebelen duurde de werkelijke dienst langer dan het verplichte jaar in vredestijd. Na het 23e jaar was men nog tien jaar schutterijplichtig, ook hiervoor werd geloot. De schutters waren plaatselijk gebonden en ressorteerden onder een schutterij raad. Het gemeentebestuur droeg uiteindelijk de verantwoording. Bij binnenlandse onlusten konden de schutters worden ingezet. In 1843 gaf de gemeenteraad van Blaricum in totaal f 25.- uit voor de rustende schutterij, mogelijk om moed in te drinken. Niet voor niets zong men over deze mannetjesputters:
"Wat hebben ze een branie, wat hebben ze een lef,
dat komt van de bitter en het plichtsbesef".
KOSTBARE LOTING
Slechts een deel van de dienstplichtige jongens moest werkelijk in de militaire dienst. Allereerst was het percentage afgekeurden zeer hoog. De gezondheidstoestand van de bevolking was vooral omstreeks de eerste helft van de 19e eeuw zeer slecht. In de loop van de jaren bleek bij de keuringen zelfs, dat de jongens gemiddeld steeds kleiner werden. Verder werd geloot wie wel en niet in dienst moest. Iedere mannelijke inwoner van 19 jaar werd eerst door het gemeentebestuur op een zogenaamde 'Alphabetische lijst' gezet. Nadat deze was goedgekeurd door de militiecommissaris, werd met de loting begonnen.
In 1828 namen daaraan deel in Blaricum ... jongemannen geboren in 1809 en ... die enkele jaren ouder waren. De laatsten waren 'ingeschrevenen van vroegere classe', die eerder tijdelijk uitstel gekregen hadden. Deze officiële openbare gebeurtenis werd geleid door de militiecommissaris. Hij nam bedrukte biljetten met cijfers 1 t/m .. en zette daar zijn paraaf op.De loten werden opgerold en in een glazen fles gedaan. In alfabetische volgorde moest de loteling een lot trekken. Het nummer werd met luidde stem afgeroepen. Na de loting werd van de jongelieden de lengte en het signalement opgenomen. Samen met de eventuele redenen van vrijstelling werd dit in het register opgetekend. Reden tot vrijstelling was: Lengte kleiner dan 1,55 m, het hebben van gebreken, enig wettig kind zijn, broederdienst enz. Uiteindelijk werden van de goedgekeurde Blaricummers er twee ingeloot voor de Nationale Militie. Willem Cornelisz de Gooijer was é é n van deze twee. Hij had de pech lotnummer 8 te trekken. Op het certificaat van de Nationale Militie staat echter: "hij heeft voldaan door het in dienst stellen van eenen plaatsvervanger". Mogelijk werd vee of bouwland verkocht om dit te kunnen bekostigen. Het zal een lieve duit gekost hebben, vooral omdat in 1830 de Belgische Opstand plaats vond. Remplaçanten zullen minder enthousiast zijn geweest dan de Leidse studenten die zich spontaan als vrijwilliger gingen aanmelden.
Er is echter nog een belangrijke reden waarom Willem niet wilde gaan vechten tegen de Belgen. De 'Belze Opstand' maakte in Noord Nederland een golf van nationalistische gevoelens los, die bij het protestante volksdeel gepaard ging met antipapisme. Na eeuwen van papenhaat zal Willem en andere Blaricumse boerenjongens er niet voor gevoeld hebben om voor Willem I te gaan schieten op katholieke Belgen. Zij waren niet de enigen. In katholieke gebieden, zoals Twente en het oostelijk rivierengebied, was de stemming niet anders. Daar ontstond onrust onder de bevolking toen schutters en dienstplichtigen in 1830 -1831 werden gerekruteerd voor het Noord-Nederlandse leger. In enkele plaatsen weigerden schutters en miliciens de militaire dienst. Het oproer kwam tot bedaren toen in januari 1831 enkele duizenden militairen een strafexpeditie hielden. Kippen, kalkoenen en varkens werden gevorderd door deze Hollanders. Minder heftig waren de reacties in de kleinere katholieke enclaves. Onwilligheid om dienst te nemen kwam voor in onder andere Hilversum, Laren en Soest.
Als gevolg van de Belgische Opstand werd het Noord-Nederlandse leger samengetrokken in het kamp van Rijen. (tussen Breda en Tilburg) Van hieruit begon in augustus 1831 de 'Tiendaagse Veldtocht'. Eerder waren er al schermutselingen geweest en ook de legering eiste slachtoffers. De Blaricummer Teunis Vos, stukrijder bij de veldartillerie, overleed 27 mei 1831 te Breda. De voormalige schaapherder verruilde zijn grote Stille Heide voor de Eeuwige Jachtvelden. Triest was, dat Teunis als 'enige onwettige zoon' in dienst moest, terwijl iedere 'enige wettige zoon'
vrijstelling kreeg. Verder stierven nog twee Blaricummers, de infanterist Jan Vos in 1838 en Jan Heerschop in 1830. Misschien overleden er in die periode meer Blaricummers in militaire dienst.
'Het Register houdende notulen van de vergaderingen van de municipaliteit, later Raad 1803-1844' geeft geen uitsluitsel. Nergens staat een notitie over de Belgische Opstand. Nergens een vermelding of opmerking over het overlijden van Blaricumse soldaten tijdens deze periode. Wel staan er vreselijk veel artikelen in over belasting op alles en nog wat ... en de boeten ... Dan te bedenken hoe bombastisch men kon reageren toen Van Speyk bij Antwerpen zijn schip opblies met de woorden: "Dan liever de lucht in". Willem had terecht gedacht 'liever blode Jan, dan dode Jan ' , al had het wel veel geld gekost.
STICHTING GEZIN EN BOERDERIJ.
Uit het ondertekenen van enkele akten blijkt, dat Willem lezen en schrijven kon. In 1837 tekent hij twee overlijdensakten als getuige. Een van de akten betreft het overlijden van Barbara de Jong. Barbara is de baby van Hendrik de Jong en Willem's zuster Mietje de Gooijer. Willem woont in 1837 in Blaricum op nummer 85.
Volgens erfgooiers-traditie trouwt Willem vlak voor de schaardag van 12 mei. Erfgooiers doen dat, om direct na het huwelijk hun vee te laten weiden op de Meent. Door in de zomer wat geld te verdienen, kunnen ze een gezin stichten en zo de dure winter doorkomen. Willem treedt op 9-5-1838 in het huwelijk met Mietje Vos. Zij kan niet schrijven, blijkt uit de huwelijksakte. Willem en zijn vader Cornelis ondertekenen wel.
Het jonge echtpaar blijft voorlopig wonen op nummer 85. In 1841 staat dit huisnummer nog in een overlijdensakte. Als vader Cornelis in 1846 overlijdt, tekent Willem niet als getuige, maar wel zijn broer Klaas. Hendrik Vos, de vader van Mietje, overlijdt in 1850. Willem tekent de overlijdensakte en geeft als zijn adres nr. 123 op. Vreemd is echter dat hij volgens de burgerlijke stand in 1851 op nummer 85 is gevestigd. In mei van dat jaar staat zijn verhuizing naar de gemeente Huizen vermeld. Willem en zijn gezin, bestaande uit Mietje en zes jonge kinderen trekken weg uit Blaricum. Deze kinderen zijn:
Cornelis * 26-08-1839, Gijsbertje * 27-10-1840, Jannetje * 25-05-1842, Hendrik * 25-04-1844, Jacob * 26-05-1847 en Lambert *14-09-1849.
Op 29 december 1847 ontvangt Willem, net als zijn zus en broers, een gedeelte van de erfenis waarop zijn moeder recht had. Uit het nalatenschap van de familie Puijk ontvangt hij drie percelen in de Eng. Ze bestaan uit een stuk bouwland in Den Daal, kadastraal A 460, groot 9760 ca en twee stukken bos, kadastraal A 428 en A 429, groot 5390 ca.
PACHTER OP ZUID-CRAILO.
Drie mei 1851 wordt Willem pachter op de pachtboerderij, de hofstede Crailo. Dit landgoed bezat schaarrecht. In de eerste erfgooierslijst van 1708 staat: "Het Huys genaamt Cralo". Het was eigendom van de familie Renselaar, die een grote rol heeft gespeeld bij de stichting van 'Nieuw Amsterdam'. (het huidige New York)
Willem wordt aangesteld door mr. Hendrik Constantijn Hooft Graafland. Een erfgooier met schaarrecht en het schaarrecht op de Hofstede gaf dubbel profijt. Bovendien werden aan een pachter hogere eisen van vakbekwaamheid gesteld dan een gemiddelde keuterboer bezat. Na het overlijden van de landheer in 1852, verkopen zijn erven Zuid Crailo in 1852/1853.
De nieuwe eigenaar is Lambertus Langerhuizen (1799 - 1864) commissionair in effecten te Amsterdam. Pachter Willem de Gooijer wordt overgenomen door de nieuwe pachtheer.
L. Langerhuizen heeft het nu nog bestaande landhuis laten bouwen. Het is diagonaalsgewijs in de tuin gesitueerd. Bij de bouw in 1859 was Willem daar geen pachter meer. De uit de zeventiende eeuw daterende hofstede lag evenwijdig aan de Museumlaan en is in 1890 gesloopt. Op deze hofstede worden de volgende kinderen geboren:
Pieter * 13-09-1851, Jan * 07-09-1852 en Gerrit * 24-10-1854. In de akte van de Burgerlijke Stand van Huizen staat bij de aangifte van Jan vermeld: "Hofstede Zuid Crailo". Jan is dezelfde dag in Blaricum gedoopt en bij die inschrijving staat: "op Kralo, Huizen".
EEN LASTIGE PACHTHEER.
De landheer Lambertus Langerhuizen leeft in de familie-overlevering voort als een uitbuiter en lijder aan een geslachtsziekte. Hij moet het wel bont gemaakt hebben om zo'n reputatie op te bouwen bij mensen, die gewend waren veel te slikken en rechtsongelijkheid (onrechtvaardigheid) gelaten ondergingen. Waarschijnlijk heeft zijn slopende ziekte zijn karakter ongunstig beïnvloed. Zoals zoveel 'hooggeplaatste heren' uit zijn tijd leed hij aan een geslachtziekte. Genezing was toen zelfs met geld niet te koop.
Langerhuizen komt geregeld op bezoek bij de pachtboerderij en bekijkt alles met argusogen, tot het vee en de pachter toe. Is er wat vooruitgang te bespeuren dan kunnen zijn baten wat hoger zijn. Om te voorkomen dat de lasten te hoog worden, wendt vader Willem met boerenslimheid zoveel mogelijk armoe voor. Bij de komst van de 'Heer' staat dan ook een waterig soepje te pruttelen op het vuur. Willem trekt sokken aan waarvan de stoppen boven zijn klompen uitkomen. De pachtheer, die zijn pappenheimers wel kent, vraagt schamper of hij zijn zondagse sokken heeft aangetrokken.
EEN EIGEN BOERENBEDRIJF.
Ondertussen heeft Willem genoeg van het werk op de pachtboerderij. Hij wil voor zichzelf een boerderij opzetten. Bij de gierige pachtheer heeft hij niet voldoende kunnen sparen om een veestapel te kunnen kopen. Op 8 april 1857 verkoopt hij daarom een stuk bouwland van 9760 ca. voor f 825 en een stuk houtland van 5390 ca voor f 135. Beide percelen lagen in Blaricum.
______________________________________________________________
NOTARIS JACOBUS PHILIPPUS DE ROEPER
NNN 42 NR. 70 1857 VERKOPING VAST GOED
Heden, den Eersten April des jaars Achttienhonderd zeven en vijftig, des namiddags, ten zes ure, heb ik Jacobus Philippus de Roeper , notaris in het Arissement Amsterdam, provincie Noord Holland ter standsplaats Naarden, geassisteerd met den Heer Jean Baudier Schriek Thierens, gemeenteontvanger en wonende te Naarden en Gerrit Alveer werkman, wonende te Blaricum als getuigen, mij notaris bekend, ter requisitie van Willem Corneliszoon de Gooijer, bouwman wonende onder Huizen, mij notaris bekend; - mij begeven te Blaricum ten huize van Antonie Duurkant in nummero een, ten einde als over te gaan tot openbare veiling en verkoping van de na te melden percelen onroerend goed, en zulks op den volgende conditien en voorwaarden ----
Ten eerste: Dat den na te melden percelen zullen worden verkocht aan de hoogstbiedenden ofwel hoogst of hoog genoeg mijnende, zoodanig en in dien staat als deselven zich thans
bevinden, voetstoots, zonder eenig gehoudenheiden onder of overmaat en niet alle zulke belendenen, strekkingen heerschende en lijdende servituten vrijen en onvrijheden, als derzelven zijn hebbende ----------
Ten tweede: Dat de grond en alle andere lasten, geene hoe ook
genaamd uitgezonderd vanaf den eersten Januari, ten laste en
voorrekening van den koopers zijn ingegaan, die dezelve percelen dadelijk
na betaling der kooppenningen zoals kunnen aanvaarden, uitgezonderd het bouwland dat aanvaard kan worden als de boekweit dit jaar van het veld ----
Ten derde: Dat alle wettige kosten van dezen verkoopen aankleven
vandien, door de koopers geheel en alleen zullen moeten worden gedragen en betaald. ---
Ten vierde: Dat de koopers daags na de verkoop, ten kantore
van genoemde notaris zullen moeten fourneren, elf procent van
het montant der kooppenningen, ter ge rekening der wettige
kosten van dezen verkoop en aankleven van dien, terwijl het
geheel bedrag der kooppenningen en onkosten, onder verrekening
echter der voormelde elf procent zal moeten worden voldaan op
den eersten Mei aanstaande, des middags ten twaalf ure, ten
kantore van mij notaris te Naarden, alles in contant nederlandsch
grofzilver geld, naar den koers en de waarde van heden
en geenzints in eenig papieren geldswaarde hebbende, zullen
het den kooper vrijstaan de kooppenningen te voldoen ---------
Ten vijfde: Dat de koopers zoolang de kooppenningen en al het
overige als voor met door hem verschuldigd niet zijn voldaan, niet zullen
mogen vragen of afschrift of uittreksel van dit proces verbaal van veiling
of toewijzing alzoo geene levering dan na de voldoening der kooppenningen
zal plaats hebben en die betaling geene overschrijving zal worden geefectueerd. ----
Te zesde: Dat de koopers verpligt zullen zijn, om des gevorderd wordende
dadelijk bij den slag bestellen, twee bekende en gegoede borgen, die zich
zoo tezamen als ieder afzonderlijk en voor het geheel onder voorbedachte
afstand van het voorregt aanwinning en schuldsplitsing stellen tot borgen
voor de koopers ten behoeve des verkooper en zulks voor de rigtige en
prompte voldoening der kooppenningen, onkosten, mitsgaders
stipte nakoming dezer conditien, zullen de koopers en borgen
gehouden worden zich ten deze te hebben verbonden als volgens
de wet en met en benevens den verkooper ten deze domicilie te
hebben gekozen tot Blaricum ter regthuize in nummero een. -----
Ten zevende: Dat indien een of ander bieder of mijner in
gebreke mogt blijven, des gevr derd wordende dadelijk bij
den slag twee bekende en gegoede borgen ten genoege van de
requirant te bestellen, zal het perceel dadelijk ter verkoopplaats voormeld,
terwijl het publiek en de gegadigden nog aanwezig zijn, zonder vooraf
eenige sommatie of regtma delen tot verzuimstelling te doen voorafgaan,
worden herveild en verkocht, terwijl alsdan bij mindere opbrengst de
gebrekige bieder of mijner tot dadelijk bijpassen zal gehouden zijn,
zonder van de hoogere opbrengst te kunnen of te mogen vordere. ----
Ten achtste: Die het hoogste bod gedaan heeft zal, nadat hij
zijn naam, beroep en woonplaats heeft opgegeven, de uit te
belovene plokpenning, welke niet behoeft te worden gerestitueerd,
kunnen ontvangen. -------
Ten negende: Alle erreuren of misslagen, welke in het veilen,
bieden of mijnen mogten worden begaan, zullen door den notaris
worden beslist en bij aldien zulks niet mogt kunnen geschieden, zal
zoodanig perceel waar omtrent verschil ontstaat andermaal worden
geveild en afgeslagen. ---
Omschrijving der Percelen en derzelver Opkomst
Numero een: Een stuk bouwland gelegen in den Daal onder Blaricum,
belend aan beide zijden de weduwe Lambert Corneliszoon Majoor, groot
zeven en negentig roeden zestig ellen, kadastraal bekend onder sectie A
Numero vierhonderd zestig. ----------
Numero twee: Een stuk houtland, gelegen aan de Heetweg onder
Blaricum belendende de erven Willem Evers ten zuiden en Gerrit
Klaaszoon Rigter ten westen, groot drie en vijftig roeden
negentig ellen, kadastraal bekend onder Sectie a Numero vierhonderd
acht en twintig en vierhonderd negen en twintig. --------
Welke percelen de requirant verklaart hem in vollen en vrijen
eigendom toe te behoren en aan hem zijn opgekomen bij de
laatste titel van eigendom en overschrijving te bestaan in:
Eene acte van Scheiding dato negen en twintig December achttienhonderd
zeven en veertig, ten overstaan van de notaris
Cornelis Petrus de roeper en getuigen gepasseerd, te Weesp
geregistreerd en ten hypotheekkantore te Amsterdam, den een en
twintigste Februarij daaraanvolgende in deel twee honderd en
veertig nummer vijf en veertig overgeschreven. ---
En verzocht de requirant mij notaris overstaande conditien en
al het overige in het openbaar en overluid aan de gegadigden
voor te lezen en daarna tot de veiling over te gaan. ---
En heeft de requirant, de getuigen en mij notaris alhier
onmiddellijk nagedane voorlezing van al het overstaande
geteekend . --
Willem C de Gooijer, J.B. Schriek Thierens, G. van Altveer,
J. P. de Roeper , notaris.
Ter voldoening aan welk verzoeken al het vorenstaande aan de
gegadigden voorgelezen zijnde, dadelijk is overgegaan tot de
openbare veiling en verkooping van het perceel hier voren onder
Numero Een ampel (beschreven) Verkocht en door den verkooper
finaal in koop toegewezen aan, mitsgaders in koop geaccepteerd
door Jacob Jacobszoon de Jong, veehouder, wonende te Blaricum,
ten deze verschenen omme en voor de som van Acht honderd vijf
en twintig gulden f 825.-. Wegens welke koopsom van Acht
honderd vijf en twintig gulden, de verkooper verklaart door
den kooper te zijn gekweten en den zelve dien volgens finaal
te quiteren. ---------
En heeft de kooper alhier onmiddellijk na gedane voorlezing
van het voorenstaande geteekend. ----------
Jacob de Jong
Het perceel hiervoren onder Numero Twee ampel beschreven.
Verkocht en door den verkooper finaal in koop toegewezen aan,
mitsgaders in koop geaccepteerd door Harmen Corneliszoon
Puijk, veehouder te Blaricum, ten deze verschenen, omme en
voor de som van Eenhonderd vijfendertig gulden ---- f 135.-
Wegens welke koopsom van Eenhonderd vijfendertig gulden, de
verkooper verklaart door den kooper te zijn gekweten of denzelve
dienvolgens finaal te quiteren. -----
En heeft de kooper alhier onmiddellijk nagedane voorlezing van
het vorenstaande geteekend. ________
H. Puyk
Consenterende de verkooper in de uitgifte van afschrift dezer
acte, ter overschrijving ten hypotheekkantore te Amsterdam,
ter fine van levering van gemelde percelen zijnde de verkooper, de
koopers in deze acte genoemd, mij notaris bekend. Aldus voorschreven
plaats en ten tijde voormeld, in tegenwoordigheid van den heer
Jaen Bouduin Schriek Thierens, Gemeenteontvanger van en wonende
te Naarden en Gerrit van Altveer, werkman, wonende te
Blaricum als getuigen, beiden mij notaris bekend, zijnde deze
veiling en verdeling. des avonds ten zeven ure geëindigd en
dit proces verbaal onmiddellijk nagedane voorlezing door den
requirant verkooper en de getuigen en mij notaris onderteekend
______________
Willem C de Gooijer, J.B. Schriek Thierens, Gerrit van Altveer, J.P. de Roeper
Geregistreerd te Weesp den Achtsten April 1800 zeven en vijftig recto
Nr. 1 f 825.- " f 33,20
Nr. 2 f 135.- " f 5,60
__________
f 38,80
f 14,74
f 53,54
______________________________________________________________
Willem vertrekt met zijn hele gezin naar Naarden. Dertig april 1857 wordt hij
ingeschreven op het adres Bussummerstraat 158. Hij is dus de volle pachttijd
van 6 jaar, van 03-05-1851 tot 30-04-1857, op de hofstede Zuid-Crailo geweest.
Lambertus Langerhuizen kerkt in die jaren in de Grote Kerk te Naarden.
Hij rijdt daarheen in een koets met palfrenier. Als hij Willem daar treft,
vraagt hij hem om terug te gaan naar zijn landgoed. (Een pachter met schaarrecht
was mooi meegenomen) Willem antwoordt: "Ik mag de konijnen voeren, die U opeet".
Hij doelde op de overlast, die het jachtrecht de landbouwers berokkende. Zijn oogst
werd door het wild opgegeten, terwijl de boer zelf niet mocht jagen in zijn te velde staande gewas.
Willem huurt de boerderij van Paulus Dankelschijn. Het zijn de kadasternummers
G 242 en G 243, respectievelijk een huis en stal, groot 155 ca en een stal van 26 ca.
Mogelijk huurde Willem ook perceel G 217, de achterliggende moestuin van 420
ca. Deze tuin liep door tot aan de St. Vitusstraat.
______________________________________________________________
NAARDEN, BEVOLKINGSREGISTER 1850 - 1862
STRAAT : Bussummerstraat 158
Als verzuim van tijd om te worden aangegeven wordt als nu
ingevolge Normaal Blad No. 108 van 1850 gebragt op heden
28 Maart 1854.
Volgnr. Naam voornaam geb.jaar/plaats geb. geh.
07. Gooijer de, Willem.. 1809.09.02.. Blaricum.. H.. RK
08. Vos , Mietje.. 1813.10.24.. Blaricum .. H.. RK *
09. Gooijer de, Cornelis.. 1839.03.26.. Blaricum.. O.. RK **
10. Gooijer de, Gijsbertje.. 1840.10.27.. Blaricum.. O.. RK **
11. Gooijer de, Jannetje.. 1842.05.25.. Blaricum.. O.. RK **
12. Gooijer de, Hendrik.. 1844.04.25.. Blaricum..O.. RK *
13. Gooijer de, Jacob.. 1847.05.26.. Blaricum.. O.. RK *
14. Gooijer de, Lambert.. 1849.09.14.. Blaricum.. O.. RK *
15. Gooijer de, Pieter.. 1851.09.13.. Huizen.. O.. RK *
16. Gooijer de, Jan.. 1852.09.07.. Huizen.. O.. RK *
17. Gooijer de, Gerrit.. 1854.10.24.. Huizen.. O.. RK *
18. Gooijer de, Aaltje.. 1857.11.27.. Naarden.. O.. RK *
Aanvulling:
07: BEROEP: Aardwerker. VESTIGING : 30 April 1857
09: Verhuist 28 dec. van Naarden naar Weesperkarspel
10: 0verleden 17 aug. 1858
* BEROEP: Zonder
** BEROEP: Schoollleerling
_________________________________________________________
DE VESTING NAARDEN.
Naarden bestaat bij de komst van Willem alleen nog uit het vestingstadje. Het stille plaatsje wordt beheerst door de vestingwerken, de kazernes en het garnizoen. Het is zelfs lange tijd militair detentie-oord. (strafkamp) Voor sommige Naarders, vooral de opgeschoten jeugd, biedt dit iedere zaterdag een verzetje. Zij verzamelen zich op de kade van de Nieuwe Haven tegenover het Bastion Oud Molen. Vanuit zijn woning aan de Wuyvert begeeft de sergeant-majoor, met de bijnaam 'de beul', zich naar Oud Molen. Gedetineerde soldaten, die zich de afgelopen week misdragen hebben, worden aldaar door hem bestraft. Wat er gebeurt is niet zichtbaar, maar wel hoorbaar. De verzamelde meute luistert naar de kreten van de soldaten die met de karwats worden afgetuigd.
Er zijn in die tijd minder kazernes dan later. Een groot deel van de bevolking werkt bij de zanderijen en op de boomkwekerijen rondom de vesting. In het binnenstadje zijn veel boerderijen, minstens 20. Bij een belegering komt het vee en de voedselvoorraad goed
van pas. In 1813/1814 had het ingesloten Franse legeronderdeel daarom de bezetting
van de vesting zo lang kunnen volhouden.
De straten van het stadje zijn alle nog voorzien van 'kinderhoofdjes', zoals nu nog in de Gansoord- en Kloosterstraat. In iedere straat staan enkele openbare waterpompen. De boerderijen hebben ze zelf op hun erven of in de schuren. De huizen zijn merendeel
voorzien van secreets. (een net woord voor 'poepdozen') De lozing geschiedt in beerputten, meestal cilindervormige stapelputten bestaande uit losse stenen. Het geheel afgedekt met een stenen of houten deksel. Het vocht wordt tussen de stenen door afgegeven aan de omringende zandgrond en de vaste substantie blijft achter. Hierdoor ontstaat vermenging van rioolwater met het grondwater, met als gevolg vervuild pompwater. De beerputten worden op gezette tijden geleegd. Dit gebeurd veelal door boeren en tuinders, die deze goedkope 'mest' voor hun groentetuinen gebruiken. Daar veel huizen geen achterom hebben, worden de fecaliën emmertje voor emmertje door de gangnaar de kar op straat gesleept. Volgens de voorschriften moet dit alleen s' avonds gebeuren.
In het jaar 1870 wordt Naarden opgeschrikt door grote werkzaamheden aan de vestingwerken. De vesting wordt gemoderniseerd en aangepast aan de eisen van de tijd. Een en ander is een gevolg van de spanning tussen Frankrijk en Duitsland en de daarop volgende Frans-Duitse oorlog. Het geeft een drukte in en om Naarden. Al dat vreemde werkvolk ! Vooral veel ruige 'polderjongens', want alles gaat met 'het handje'. De vele kroegen hebben het druk. De Utrechtse Poort uit de 17e eeuw wordt afgebroken en vervangen door de nog bestaande. De vele porternes op de wallen worden gebouwd, evenals de Oranje-, Oud Molen- en de Promerskazerne. Het garnizoen wordt uitgebreid.
Onder garantie van de regering worden huizenblokken gebouwd, de zogenaamde 'onderofficierswoningen'. Aannemer P. van Wettum, de latere burgemeester, ziet er wel iets in en bouwt verschillende rijtjeswoningen, in o.a. de Pijlstraat en de St. Annastraat. Reeds eerder worden in de Gansoordstraat de z.g. 'Jodenhuizen' gebouwd op het terrein achter de synagoge.
HET GEZINSLEVEN.
De boerderij van Willem bestaat de schuur Bussummerstraat 159
en het woonhuis annex stal nr. 158. Op dit adres wordt de
jongste dochter Aaltje op 27 november 1857 geboren. Na deze
blijde gebeurtenis volgt een droeve. De 17e augustus 1858
overlijdt de bijna 18-jarige dochter Gijsbertje.
Willem is een gelovig katholiek. s'Avonds voor het naar bed
gaan, knielt hij en de gezinsleden achter een stoel om te
bidden. Als het avondbezoek te lang blijft plakken, dan pakt
Willem de rozenkrans van de kamerwand en zegt: "We gaan de
rozenkrans bidden". Het bezoek weet dan hoe laat het is en
vertrekt.
Willem is door zijn nare ervaringen niet erg oranjegezind. In
zijn tijd ontstaat bij vele protestanten, met steun van koning
Willem III, een nieuwe golf van antipapisme. Een gevolg van
het in 1853 opnieuw instellen van de R.K. Bisdommen, voor het
eerst na de 80-jarige oorlog. Omstreeks 1865, op een 'oranje'
feestdag, wordt in Naarden druk gevlagd. Onder de Naarders
zijn fanatieke oranjeklanten. Enkele personen die geen vlag
uitsteken, sleuren ze uit hun huizen om ze af te ranselen.
Willem steekt als dreigement zijn mes in de tafel en zegt:
"Als een geus mij aanraakt, dan krijgt hij hiermee te doen".
Uit angst of om andere redenen, sluipt zoon Jan naar buiten en
schildert op de luiken: 'ORANJE BOVEN'.
[Wat waar is van de overlevering is niet meer te achterhalen.
Zeker is, dat Jan, zijn broers en hun kinderen, allen altijd
vurige oranjeklanten zijn geweest.]
De oudste zoon Cornelis vervult normaal zijn dienstplicht. Het
systeem van plaatsvervangers kopen bestaat nog, maar Cornelis
heeft geen bezwaar of een remplaçant is te duur. De kijk op
het leger is gunstiger geworden, in het garnizoensplaatsje
hebben zelfs onderofficieren een bepaalde status.
Willem overlijdt in 1877 op 68-jarige leeftijd. Zijn jongste
dochter Aaltje is dan 20 jaar. Mietje de Gooijer-Vos zal haar
man lang overleven, zij overlijdt in 1899 op 86-jarige leeftijd. Haar
oudste kleinkinderen hebben haar nog gekend. De
kinderen van haar zoon Jan, Marie en Herman, noemden haar
'Grootje Bussummerstraat'. Herman herinnerde zich later nog,
dat hij met Marie naar grootje toeging met Sinterklaas. Ze
liepen er heen door de sneeuw en meenden de voetstappen van
Sinterklaas in de sneeuw te zien. Mogelijk spelde grootje hun
dat op de mouw.
Tot aan haar trouwen met Lambertus Krijnen in 1881, was dochter
Aaltje degene die de huishouding deed. Naast haar moeder
was ook haar broer Pieter nog thuis. In 1880 werden de percelen
G 242 en G 243 samengevoegd tot G 1036. Het huisnummer
158 werd omstreeks 1883 gewijzigd in nummer 180.
Na het overlijden van grootmoeder Mietje komt haar kleindochter
Marie de Gooijer de huishouding doen voor de 38-jarige
vrijgezel Pieter. Marie is geboren in 1875 als dochter van
Willem's zoon Cornelis. Lang heeft zij niet voor Pieter gezorgd,
hij trouwt in 1900 met Cornelia oftewel Kee de Zwart
uit Blaricum. Beiden krijgen in 1903 een dochter Maria Cornelia,
die als baby van vier maanden overlijdt.
Pieter was blijven wonen in zijn ouderlijk huis, dat tussen
1900 en 1905 het nummer 204 kreeg. In 1902 koopt Pieter de
boerderij en de achterliggende moestuin van Helena Dankelscheijn.
Mogelijk deed Kee ook een duit in het zakje, want zij
bezat in Blaricum bouwland. In 1903 vergroot hij de boerderij
met een aanbouw in de moestuin. Pieter sterft 10 april 1905 en
laat de boerderij en inboedel na aan zijn weduwe. Zij treurt
niet lang en hertrouwt 12 juni 1906 met Louis Julius Lambert
Schouten. Volgens het adresboek uit 1915 woont veehouder
Schouten op nummer 219. Na 1945 is dit pand afgebroken. Het
bevond zich ter plaatse van de rijtjeshuizen met o.a. nr. 42.
Kee de Zwart heeft nog in een van deze huizen gewoond, zij is
na 1945 overleden.
________________________________
GOYL809B.WCY
F.J.J. de Gooijer. 10.12.1998
Afbeeldingen:
Koninkrijk Holland http://www.wazamar.org/Nederlanden/kon-holl.htm
-------------------------------------------------------------------
F.J.J. de Gooijer
gooijerfjj@hotmail.com
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl/
Labels: Gooise geschiedenis en genealogie De Gooijer






